Vroeger woonde ik ongeveer in het bos. Ik speelde er, wandelde met de hond maar het was ook een plek waar ik naar toe ging om troost te vinden en rust. Toen was ik me daar niet bewust van. Het was gewoon zo en het voelde goed.

Later ben ik in de stad gaan wonen en was de natuur minder een vanzelfsprekendheid. Ik ging studeren, werken en verloor het intensieve contact met de natuur. Achteraf gezien was dat een tijd waarin ik vooral druk was met de buitenwereld en mijn binnenwereld nagenoeg onaangeroerd liet. Ik luisterde niet naar mijn gevoel, niet naar mijn lijf. Ik was uit contact. Dat was niet mijn beste periode. Aan de buitenkant was ik vrolijk en leek het alsof ik het ‘voor elkaar’ had maar vanbinnen voelde ik me leeg en nooit, maar dan ook nooit, goed genoeg. En om dat gevoel niet te hoeven voelen werkte en feestte ik veel. Ik was amper alleen maar eenzamer dan ooit.

In de wereld waarin wij leven worden we vaak opgeslokt, opgejaagd. Dan raken we uit contact, met onszelf en dus ook met anderen. En dat is zonde. Allereerst voor jezelf maar ook voor je omgeving. In contact zijn met jezelf maakt dat je meer te geven hebt. En niet alleen meer maar ook beter. Hoe dichter je bij jezelf blijft, hoe hoger de kwaliteit van wat je te geven hebt. In het werk, thuis of waar dan ook. Toch gebeurt het meer dan eens dat we onszelf overvoeren en in de overlevingsstand komen. Door het “heilige moeten” vanuit welke overtuiging dan ook. Dat je door heel druk te zijn er ‘mag zijn’ en omgedraaid: Dat je door niets te doen -waarde- loos bent. Of dat je je voor alles en iedereen verantwoordelijk voelt omdat dat ‘het juiste’ is. Blijkbaar kunnen deze patronen zó hardnekkig zijn dat we onze eigen gezondheid en welzijn daarmee op het spel zetten. Soms veel en veel te lang. Zo lang dat mensen soms ‘op’ raken, ziek worden of een gapende leegte gaan ervaren. Een leegte die je misschien tijdelijk kunt opvullen met materiele zaken of kunt verdoven met wat er ook voorhanden is maar die onderliggende emotionele leegte blijft zich aandienen, blijft zich opdringen. Het is belangrijk om dat gevoel niet te negeren maar toe te laten, hoe oncomfortabel het soms ook is. Dit gevoel blijft niet voor eeuwig maar heeft aandacht nodig: Jij hebt aandacht nodig.

Als ik nu merk dat ik te lang aan mijzelf voorbij ben gegaan keer ik heel bewust terug naar de natuur en ervaar ik dezelfde de rust die ik daar als kind vond. In de bossen, de duinen, bij de zee. Ik zoek de stilte op, onder alle gedachten die soms een loopje met me lijken te nemen. Los van de drukte, in die stilte én als ik goed luister, komen de antwoorden vaak vanzelf. Verlost van alle ruis, kom ik terug bij mijn essentie en valt alles op wonderlijke wijze weer op zijn plek. Ik besef nu dat als ik goed voor mijzelf wil zorgen, ik mijzelf deze momenten te geven heb.

In mijn werk vind ik het nog steeds het allermooiste als mensen oog krijgen voor zichzelf. Zicht krijgen op hun behoeften én welke patronen hen belemmeren om hier gehoor aan te geven; om voor zichzelf te gaan staan. Daar waar deze patronen worden doorbroken, ontstaat ruimte om te groeien. Ruimte voor speelsheid, creativiteit, compassie. En daar waar je zorg en compassie voor jezelf gaat ervaren ontstaat ook duurzaam leiderschap. Door jezelf op waarde te schatten gun je jezelf, vanzelf, een leven waarin jij aan het roer staat en niemand anders.